Apostolische Brief Rosarium Virginis Mariae

over de allerheiligste rozenkrans, aan de bisschoppen, geestelijkheid en gelovigen

Inleiding

 1.      De rozenkrans van de Maagd Maria (‘Rosarium Virginis Mariae’), die zich geleidelijk onder leiding van Gods Geest in het tweede millennium heeft ontwikkeld, is een gebed dat geliefd was bij veel heiligen en is aangemoedigd door het leerambt. In zijn eenvoud en diepzinnigheid blijft de rozenkrans ook in het zojuist begonnen millennium een gebed van grote betekenis, dat is voorbestemd vruchten van heiligheid te oogsten.

Dit gebed past goed in de spirituele weg van christelijk leven, dat na tweeduizend jaar niets van zijn frisheid van het prille begin heeft verloren, en dat zich door Gods Geest gesterkt voelt om “naar het diepe te gaan” (duc in altum!) om telkens opnieuw ten overstaan van de wereld te verklaren en zelfs te roepen dat Jezus Christus Heer en Redder is, “de weg, en de waarheid en het leven” (Joh 14,6) en dat hij “het doel van de mensengeschiedenis is, het punt waarnaar alle verlangens van de geschiedenis en de beschaving samenkomen”.1

            Het rozenkransgebed, hoezeer hij ook betrekking heeft op de Maagd Maria, is eigenlijk een gebed dat ten diepste verband houdt met Christus. In de soberheid van zijn onderdelen heeft het gebed de diepgang van de volledige boodschap van het evangelie, waarvan het tegelijkertijd ook een samenvatting is, in zich verenigt.2 In de rozenkrans weerklinkt het gebed van Maria, haar eeuwigdurende Magnificat, de lofzang op het werk van de verlossende Menswording, die begon in haar maagdelijke schoot. Met het rozenkransgebed zitten christenen op de school van Maria om de schoonheid op het gezicht van Christus te overdenken en om de diepten van Zijn liefde te ervaren. Door dit gebed ontvangt de gelovige genade in overvloed alsof die uit de handen van de moeder van de Verlosser zelf komt.

De pausen en de rozenkrans

2.         Veel van mijn voorgangers hebben groot belang gehecht aan dit gebed. Bijzondere vermelding verdient in dit verband paus Leo XIII die op 1 september 1883 de Encycliek Supremi Apostolatus Officio3 afkondigde, een document van grote betekenis en de eerste uit een reeks van verklaringen over dit gebed. In deze Encycliek stelde hij het rozenkransgebed voor als een effectief spiritueel wapen tegen het kwaad dat de samenleving teistert. Onder de laatste pausen die, vanaf de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie, zichzelf hebben onderscheiden in het stimuleren van het rozenkransgebed, wil ik de zalige Johannes XXIII4 en vooral Paulus VI noemen. Deze laatste benadrukte in zijn apostolische Exhortatie Marialis cultus, die geschreven was in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie, het evangelische karakter van het rozenkransgebed en zijn nadruk op Christus.

            Ikzelf heb vaak het veelvuldig bidden van de rozenkrans aangemoedigd. Van jongs af aan nam dit gebed in mijn spirituele leven een belangrijke plaats in. Ik werd er sterk aan herinnerd tijdens mijn laatste bezoek aan Polen en in het bijzonder aan het heiligdom van Kalwaria. Het rozenkransgebed heeft mij vergezeld in zowel momenten van geluk als van beproeving. Ik vertrouwde er mijn zorgen aan toe en ik vond er troost in. Vierentwintig jaar geleden, op 29 oktober 1978, nauwelijks twee weken na mijn verkiezing tot paus, erkende ik openhartig: “De rozenkrans is mijn favoriete gebed. Een wonderbaarlijk gebed! Prachtig in eenvoud en diepgang …. De rozenkrans is in zekere zin een gebed dat commentaar geeft op het laatste hoofdstuk van de Constitutie Lumen gentium van het Tweede Vaticaans Concilie. Hierin wordt ingegaan op het wonderbaarlijke bestaan van de Moeder Gods in het mysterie van Christus en de Kerk. Tegen de achtergrond van de woorden Wees gegroet passeren de belangrijkste episoden uit het leven van Jezus Christus voor de ogen van de ziel. De gebeurtenissen verschijnen in de blijde, droevige en glorievolle geheimen, en ze plaatsen ons in levende gemeenschap met Jezus door – zoals we zouden kunnen zeggen – het hart van Zijn moeder. Tegelijkertijd kan ons hart in de reeksen van tien Weesgegroeten van de rozenkrans alle gebeurtenissen opnemen die het leven van mensen, families, naties, de Kerk en de gehele mensheid vormgeven. Persoonlijke gebeurtenissen en gebeurtenissen van onze naasten, vooral die dichtbij ons staan en die ons het dierbaarst zijn. In het eenvoudige rozenkransgebed komt het ritme van menselijk leven tot uitdrukking.”5

            Lieve broeders en zusters, met deze woorden plaatste ik het eerste jaar van mijn pontificaat in het teken van het dagelijkse ritme van de rozenkrans. Vandaag, aan het begin van mijn vijfentwintigste jaar in dienst als opvolger van Petrus, wil ik hetzelfde doen. Hoeveel genadegaven ontving ik niet door de jaren heen van de heilige Maagd door middel van het rozenkransgebed: Magnificat anima mea Dominum! (Hoog verheft mijn ziel de Heer!) Ik wil mijn dank richten tot de Heer in de woorden van zijn heiligste moeder, onder wier bescherming ik mijn apostolisch priesterschap heb gesteld: Totus Tuus!

Oktober 2002-oktober 2003: het jaar van de rozenkrans

3.            Daarom voel ik me geroepen een overweging op het rozenkransgebed te bieden als een soort mariale kroon op de apostolische Brief Novo millennnio ineunte, waarin ik – na de ervaring van het Jubeljaar – Gods volk uitnodigde om “weer bij Christus te beginnen”.6 Deze overweging is ook een aansporing om het gelaat van Christus te aanschouwen in vereniging met, en op de school van Zijn allerheiligste moeder. De rozenkrans te bidden is niets anders dan het overwegen met Maria van het gelaat van Christus. Ik grijp de gelegenheid van de aanstaande 120ste verjaardag van de eerdergenoemde encycliek van Leo XIII aan om deze uitnodiging te benadrukken. Het is mijn wens dat gedurende dit jaar het rozenkransgebed speciale nadruk krijgt en dat het wordt gestimuleerd in de verschillende christelijke gemeenschappen. Daarvoor roep ik de twaalf maanden tussen oktober 2002 en oktober 2003 uit tot het jaar van de rozenkrans.

            Ik laat de uitvoering van dit pastorale voorstel over aan de initiatieven van elke kerkgemeenschap. Het is niet mijn intentie om pastorale programma’s te belemmeren maar eerder om ze er in te passen en ze te versterken. Ik vertrouw erop dat het voorstel met bereidwilligheid en edelmoedigheid wordt ontvangen. Het rozenkransgebed, als dat in zijn volle betekenis wordt herontdekt, komt tot de kern van het christelijk leven. Het biedt een beproefde doch spiritueel vruchtbare en educatieve mogelijkheid voor persoonlijke overweging, voor de vorming van het volk Gods en voor de nieuwe evangelisatie. Het doet mij plezier om dit ook te bekrachtigen in de heugelijke herinnering van een ander jubileum: de veertigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie op 11 oktober 1962, de “grote genade” voor de Kerk in onze tijd, die werd voorbeschikt door Gods Geest.7

 Bezwaren tegen de rozenkrans

 4.         De geschiktheid van dit voorstel blijkt uit een aantal overwegingen. De eerste betreft de noodzaak het hoofd te bieden aan een zekere crisis waarin het rozenkransgebed verkeert. In de historische en theologische context van tegenwoordig bestaat het risico dat het gebed – ten onrechte – gedevalueerd wordt en niet meer wordt doorgegeven aan de jongere generaties. Sommigen denken dat het centraal stellen van de liturgie, zoals het Tweede Vaticaans Concilie terecht onderstreepte, het belang van het rozenkransgebed noodzakelijkerwijs doet afnemen. Maar niet alleen staat dit gebed niet in conflict met de liturgie, zoals paus Paulus VI duidelijk maakte, maar het rozenkransgebed ondersteunt het ook. Dit gebed dient als een uitstekende inleiding en een getrouwe weerklank van de liturgie, die mensen in staat stelt om volledig en innerlijk de liturgie te beleven en dagelijks de vruchten ervan te plukken.

            Misschien zijn er ook mensen die vrezen dat het rozenkransgebed niet erg oecumenisch is wegens de nadruk op Maria. In werkelijkheid echter behoort het rozenkransgebed overduidelijk tot de vorm van verering van de Moeder Gods, zoals beschreven door het Concilie: een devotie die gericht is op het christologisch centrum van het christelijk geloof, Jezus Christus, op zulk een wijze dat “als de de moeder wordt vereerd, de Zoon … waarlijk wordt gekend, bemind, en verheerlijkt”.8 Als het rozenkransgebed op een juiste manier wordt herontdekt, is het gebed behulpzaam voor de oecumene en vormt het zeker geen belemmering!

Een weg tot contemplatie

 5.         Maar de belangrijkste reden om de praktijk van het rozenkransgebed sterk aan te moedigen, is omdat het staat voor een zeer effectieve manier om onder gelovigen die toewijding te bevorderen tot contemplatie van het christelijke mysterie, die ik reeds heb voorgesteld in de apostolische Brief Novo millennio ineunte als een oorspronkelijke “pedagogiek van de heiligheid”: “deze vraagt bovenal een christelijk leven dat zich onderscheidt in de kunst van het gebed”.9 Aangezien de hedendaagse cultuur – on-danks zoveel aanwijzingen van het tegendeel – heeft laten zien opnieuw behoefte te hebben aan spiritualiteit, mede onder invloed van andere religies, is het meer dan ooit nodig dat onze christelijke gemeenschappen “oorspronkelijke scholen van gebed” worden.10

            Het rozenkransgebed behoort tot de mooiste en prijzenswaardigste tradities van christelijke bezinning. Het is een typisch meditatief gebed, dat in het Westen ontstond, en dat in zekere zin in overeenstemming is met  het ‘gebed van het hart’ of ‘Jezusgebed’ dat wortel schoot in de aarde van het christelijke Oosten.

 Gebed voor vrede en voor de familie

 6.         Een aantal historische gebeurtenissen maakt de heropleving van het rozenkransgebed nog actueler. Ten eerste de noodzaak om God het geschenk van vrede af te smeken. De rozenkrans is verscheidene malen door mijn voorgangers en mijzelf voorgesteld als gebed voor vrede. Het millennium begon met de verschrikkelijke aanslagen van 11 september 2001, en laat elke dag overal ter wereld nieuwe scènes van bloedvergieten en geweld zien. Het rozenkransgebed te herontdekken betekent dat we onszelf onderdompelen in de overweging van het mysterie van Christus die ‘onze vrede is’, aangezien Hij van “de twee werelden één heeft gemaakt, en de scheidsmuur heeft neergehaald” (Ef 2,14). Daarom is het niet mogelijk de rozenkrans te bidden zonder zich betrokken te voelen en zich in te zetten voor de vrede, met name in het land van Jezus, dat nog steeds pijnlijk verscheurd wordt en dat zo na aan het hart ligt van elke christen.

            Een vergelijkbare noodzaak om inzet en gebed komt naar voren in een andere zaak die tegenwoordig wordt bedreigd: het gezin, de basiscel van de gemeenschap, die op zowel ideologisch als praktisch vlak in toenemende mate door ontbindende krachten wordt aangetast. Zozeer dat we zelfs moeten vrezen voor de toekomst van deze fundamentele en onmisbare instelling, en daarmee voor de toekomst van de samenleving in haar geheel. De heropleving van het rozenkransgebed in christelijke gezinnen zal, binnen een breder pastorale bediening, effectieve hulp bieden om de destructieve effecten van deze crisis, die zo kenmerkend zijn voor onze tijd, tot stilstand te brengen.

 “Daar is je moeder!” (Joh 19,27)

 7.         Veel tekenen wijzen erop dat de heilige Maagd vandaag de dag nog steeds door ditzelfde gebed haar moederlijke zorgzaamheid wil schenken aan alle zonen en dochters van de Kerk. Aan haar zorg droeg de stervende Verlosser immers zijn geliefde discipel op: “Vrouw, daar is nu je zoon” (Joh 19,26). Bekend zijn de gebeurtenissen in de 19de en 20ste eeuw waarbij de moeder van God haar aanwezigheid liet gelden en haar stem liet horen om Gods volk aan te sporen tot deze vorm van contemplatief bidden. In het bijzonder noem ik de verschijningen van Lourdes en Fatima11 wegens hun grote invloed op het leven van christenen en hun erkenning door het hoogste kerkelijke leerambt. Deze heiligdommen worden door grote aantallen pelgrims bezocht die op zoek zijn naar troost en hoop.

 In het spoor van de getuigen

 8.         Het is ondoenlijk om alle heiligen op te noemen die in het rozenkransgebed een oorspronkelijke ontwikkeling naar heiligheid hebben ontdekt. Maar we kunnen niet om de heilige Louis Marie Grignion de Montfort heen, de auteur van een bijzonder werk over de rozenkrans,12 en, meer van onze tijd, Pater Pio van Pietrelcina, die ik onlangs heb mogen heilig verklaren. Als een ware apostel van de rozenkrans is ook nog de zalige Bartolo Longo te noemen, die een bijzondere gave had. Zijn weg naar heiligheid rustte op een inspiratie die hij in de diepte van zijn hart hoorde: “Wie de rozenkrans doorgeeft is gered!”13 Als gevolg daarvan voelde hij zich geroepen om in Pompeï een kerk te bouwen, gewijd aan Onze Vrouwe van de Heilige Rozenkrans. De kerk staat tegen de achtergrond van de ruïnes van de oude stad, die nauwelijks de verkondiging van Christus had gehoord toen zij, in 79 na Chr. door een uitbarsting van de Vesuvius werd begraven om pas eeuwen later uit haar as te herrijzen als een getuige van het licht en de duisternis van de klassieke beschaving. Bartolo Longo bevorderde met zijn levenswerk en in het bijzonder met de praktijk van de ‘Vijftien zaterdagen’ het christocentrische en contemplatieve hart van het rozenkransgebed. Hij werd hierbij sterk aangemoedigd en gesteund door Leo XIII, de ‘paus van de rozenkrans’.

 Hoofdstuk I

Christus overwegen met Maria

Een gelaat schitterend als de zon

 9.         “Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon” (Mt 17,2). De scène van de transfiguratie uit het evangelie, waarbij de apostelen Petrus, Jacobus en Johannes in vervoering raken van de schoonheid van de Verlosser, kan opgevat worden als een icoon van christelijke contemplatie. Opzien naar het gelaat van Christus, daarin het mysterie, temidden van de dagelijkse gebeurtenissen, en het lijden van Zijn menselijk leven te erkennen om ten slotte de goddelijke schittering te bevatten die volledig is geopenbaard in Zijn Verrijzenis, gezeten in verheerlijking aan de rechterhand van de Vader: dit is de taak van elke volgeling van Christus en daarom ook voor ieder van ons. Door contemplatie van het aangezicht van Christus, worden we ontvankelijk voor het mysterie van het Trinitaire leven, zodat we telkens opnieuw de liefde van de Vader ervaren en ons verheugen in de vreugde van de heilige Geest. Zo hebben de woorden van de heilige Paulus ook betrekking op ons: “Het is ons, die met onverhuld gelaat de glorie van de Heer als in een spiegel aanschouwen, gegeven om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem, door de Geest van de Heer” (2Kor 3,18).

 Maria, model van contemplatie

 10.       In Maria vinden we een onvergelijkelijk model om Christus te overdenken. Op een bijzondere manier hoort het gelaat van de Zoon aan Maria toe. In haar schoot werd Christus vormgegeven, van haar kreeg Hij zijn menselijke gelijkenis die een zelfs nog grotere spirituele, hechte band tussen beiden oproept. Niemand heeft zichzelf ooit meer gelovig toegewijd aan de contemplatie van het gelaat van Christus dan Maria. Al bij de Aankondiging waren de ogen van haar hart gericht op Hem toen zij Hem ontving door de kracht van de heilige Geest. In de maanden die volgden begon ze Zijn aanwezigheid te voelen en vormde ze zich een beeld van zijn kenmerken. Toen zij Hem uiteindelijk baarde in Betlehem, richtten haar blikken zich teder op het gelaat van haar Zoon, zoals ze “Hem in doeken wikkelde en Hem in een voerbak legde” (Lc 2,7).

            Daarna zouden haar blikken, vol be-wondering en verwondering, Hem nooit meer loslaten. Soms zou het een vragende blik zijn, zoals in de episode waarin zij haar Zoon in de tempel vindt: “Kind, hoe kon je ons dit aandoen?” (Lc 2,48). Maar het was altijd een doordringende blik, die in staat was Jezus volledig te doorgronden. Zelfs als zij Zijn verborgen gevoelens bespeurde en vooruitliep op zijn besluiten, zoals in Kanaän (vgl. Joh 2,5). Op andere momenten had ze een droevige blik, met name onder het Kruis, waar haar blik nog steeds zou zijn als van een moeder die leven geeft. Maria deelde immers niet alleen in het lijden en de dood van haar Zoon, maar zij zou ook haar nieuwe zoon, de geliefde apostel van Jezus, ontvangen die aan haar was gegeven (vgl. Joh 19,26-27). Op Paasmorgen zou zij een stralende blik hebben door de vreugde van de Verrijzenis. Tenslotte zou ze op Pinksteren een hartstochtelijke blik hebben bij de uitstorting van de heilige Geest (vgl. Hnd 1,14).

Maria’s herinneringen

 11.       Maria leefde met haar ogen gericht op Christus en ze koesterde elk woord van Hem: “Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na” (Lc 2,19, vgl. 2,51). De herinneringen aan Jezus, geprent in haar hart, waren altijd met haar en ze riepen de verschillende momenten uit haar leven aan de zijde van haar Zoon in haar op. In zekere zin vormden die herinneringen de ‘rozenkrans’ die zij onafgebroken reciteerde gedurende haar leven op aarde.

            Zelfs nu, temidden van de blijde liederen van het hemelse Jeruzalem, blijven de redenen voor haar lof en dankzegging onveranderd. De liederen inspireren haar moederlijke zorgzaamheid voor de pelgrimerende Kerk, waarin zij voortgaat haar persoonlijke verslag van de blijde boodschap te vertellen. Maria legt telkens opnieuw de ‘geheimen’ van haar Zoon aan de gelovigen voor in de hoop dat de contemplatie van deze geheimen de kracht van het heil zal verspreiden. In het reciteren van de rozenkrans treedt de christelijke gemeenschap in contact met de herinneringen en de contemplatieve blik van Maria.

 De rozenkrans, een contemplatief gebed

 12.       Juist omdat de rozenkrans begint met Maria’s eigen ervaring, is het een uitstekend contemplatief gebed. Zonder zijn contemplatieve dimensie zou het gebed zijn betekenis verliezen, zoals paus Paulus VI onderstreepte: “Indien de beschouwing ontbreekt, lijkt de rozenkrans op een lichaam zonder ziel en bestaat het gevaar, dat het bidden uitloopt op herhaling van formules waaraan geest en verstand niet te pas komen en in strijd is met de vermaning van Jezus Christus, die gezegd heeft: ‘Als gij bidt, gebruikt dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen, want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden’ (Mt 6,7). Want van nature eist de rozenkrans, dat hij door rustig bidden en in als het ware nadenkende langzaamheid voortkabbelt, waardoor de bidder zich ge-makkelijker op de overweging toelegt van de mysteries van het leven van Christus, zoals zij door het hart van haar worden gezien die van allen het naast was aan de Heer, opdat de onnaspeurlijke rijkdommen van deze mysteries worden ontsloten.”14

            Het is goed bij dit diepe inzicht van Paulus VI stil te staan om bepaalde aspecten van het rozenkransgebed, die aantonen dat het gebed werkelijk een vorm van christocentrische contemplatie is, duidelijk te laten uitkomen.

 Christus herinneren met Maria

 13.       Maria’s contemplatie is vooral een in herinnering brengen. We moeten dit woord in de bijbelse betekenis van herinnering (zakar) begrijpen als actualisering van de werken van God in de heilsgeschiedenis. De bijbel is een verslag van gebeurtenissen die redding brachten en die leidden tot Christus zelf. Deze gebeurtenissen behoren niet alleen tot ‘gisteren’: ze vormen ook deel van de redding van ‘vandaag’. De verwerkelijking komt met name naar voren in de liturgie: wat God eeuwen geleden tot stand bracht had niet alleen betrekking op de directe getuigen van die gebeurtenissen, het blijft met zijn genadegaven mensen uit elk tijdperk aantrekken. In zeker opzicht geldt dit ook voor andere godvruchtige benaderingen van die gebeurtenissen. Het ‘zich herinneren’ van de gebeurtenissen uit het leven van Christus in de geest van geloof en liefde betekent het openstaan voor de genade die Christus voor ons won dankzij de geheimen van Zijn leven, dood en opstanding.

            Met het Tweede Vaticaans Concilie moet derhalve bevestigd worden dat de liturgie, als een uitvoering van het priesterambt van Christus en een handeling van publieke verering, “evenwel het hoogtepunt is waarnaar de Kerk in al haar handelen streeft en tevens de bron waaruit al haar kracht voortvloeit”,15 het is ook van belang te herinneren dat het spiritueel leven “niet uitsluitend bestaat in het deelnemen aan de heilige liturgie. Want al is de christen geroepen tot het bidden in gemeenschap, toch moet hij ook zijn binnenkamer ingaan om in het verborgene tot de Vader te bidden (vgl. Mt 6,6) en zelfs – zoals de apostel leert – bidden zonder ophouden” (vgl. 1Tes 5,17).16 Het rozenkransgebed maakt op zijn eigen manier deel uit van het wijd uiteenlopende panorama van ‘onophoudelijk’ bidden. Als de liturgie, op te vatten als activiteit van Christus en de Kerk, een reddende handeling bij uitstek is, is het rozenkransgebed eveneens – als ‘meditatie’ over Christus met Maria – een heilzame contemplatie. Door ons te verdiepen in de geheimen uit het leven van de Verlosser, worden we verzekerd van het feit dat wat Hij heeft gedaan en wat de liturgie present stelt, diepgaand wordt eigengemaakt en ons bestaan vormt.

 Christus leren kennen door Maria

 14.            Christus is de hoogste Leraar, Hij openbaart en Hij is degene die wordt geopenbaard. Het is niet zomaar een kwestie van het leren van wat Hij ons heeft onderwezen, maar Hem leren kennen. Kunnen we daarom een betere leraar wensen dan Maria? Vanuit goddelijk perspectief is de Geest de innerlijke leraar die ons leidt naar de volledige waarheid van Christus (vgl. Joh 14,26; 15,26; 16,13). Maar onder de mensen kent niemand Christus beter dan Maria. Niemand kan ons beter binnenleiden in de diepgaande kennis van Zijn mysterie dan Zijn moeder.

            Het eerste ‘teken’ van Jezus – het veranderen van water in wijn tijdens de bruiloft te Kana – laat Maria duidelijk zien in de gedaante van leraar wanneer zij de bedienden aanspoort datgene te doen wat Jezus gebiedt (vgl. Joh 2,5). We kunnen ons voorstellen dat ze hetzelfde doet voor de discipelen na Hemelvaart, als ze bij elkaar komen in afwachting van de komst van de heilige Geest en zij hen steunt in hun eerste missie. De scènes van het rozenkransgebed samen met Maria te overdenken is een leermiddel om via haar Christus te ‘lezen’, om Zijn geheimen te ontdekken en Zijn boodschap te begrijpen.

            Deze school van Maria is des te effectiever als we beseffen dat zij onderwijst door voor ons de gaven van de heilige Geest overvloedig te verkrijgen, en ons het onvergelijkbare voorbeeld van haar eigen “pelgrimstocht van het geloof” te bieden.17 Bij het overdenken van elk geheim van haar Zoon, nodigt zij ons uit hetzelfde te doen wat zij deed ten tijde van de Aankondiging; nederig de vragen stellen die ons openen voor het licht om zo te eindigen met de gehoorzaamheid van het geloof: “Zie de dienstmaagd des Heeren mij geschiede naar Uw woord” (vgl. Lc 1,38).

Gelijkvormig worden aan Christus met Maria

 15.       Het belangrijkste kenmerk van de christelijke spiritualiteit is de inspanning van de discipel om nog meer gelijkvormig te worden aan zijn Meester (vgl. Rom 8,29; Fil 3,10.21). De uitstorting van de heilige Geest in de doop verenigt de gelovige als een rank aan de wijnstok die Christus is (vgl. Joh 15,5) en maakt hem een ledemaat van het mystieke lichaam van Christus (vgl. 1Kor 12,12; Rom 12,5). Dit begin van het verbond vraagt echter om een toenemende aanpassing die meer en meer de houding van de discipel vormt in overeenstemming met de ‘logica’ van Christus: “Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus was” (Fil 2,5). In de woorden van de apostel Paulus zijn we geroepen om “ons met de Heer Jezus Christus te bekleden” (vgl. Rom 13,14; Gal 3,27).

            Op de spirituele reis van het rozenkransgebed, gebaseerd op voortdurende contemplatie van het gelaat van Christus en met Maria als reisgezellin, bereikt men dit veeleisende ideaal om gelijkvormig te worden aan Hem door een samenwerking die beschreven kan worden in termen van ‘vriendschap’. We zijn daardoor in staat om op natuurlijke wijze in het leven van Christus te komen en als het ware zijn diepste gevoelens te delen. De zalige Bartolo Longo schreef in dit kader: “Net als twee vrienden, die vaak bij elkaar zijn, de neiging hebben om elkaars gedragingen over te nemen, zo kunnen wij, door op vertrouwelijke voet met Jezus en de gezegende Maria te praten, door het mediteren over de geheimen van het rozenkransgebed en door hetzelfde leven in de heilige communie mee te maken, binnen de beperkingen van ons bescheiden bestaan, gelijk aan hen worden en kunnen we van deze allerhoogste modellen leren om een bescheiden, nederig, verborgen, geduldig en perfect leven te leiden.”18

            In dit proces om gelijkvormig te worden aan Christus door het rozenkransgebed, vertrouwen we onszelf op een bijzondere manier toe aan de moederlijke zorg van de gezegende Maagd. Zij die zowel de moeder van Christus is als een lidmaat van de Kerk, waarvan ze een “boven allen uitmuntend en heel uitzonderlijk lid” is,19 en is op hetzelfde moment de ‘Moeder van de Kerk’. In deze rol baart ze voortdurend kinderen voor het Mystieke Lichaam van haar Zoon. Zij doet dat door haar voorspraak en smeekt over hen de onuitputtelijke uitstorting van de heilige Geest af. Maria is de perfecte icoon van het moederschap van de Kerk.

            Het rozenkransgebed plaatst ons mystiek gezien aan de zijde van Maria als zij toeziet op de menselijke groei van Christus in het huis van Nazaret. Dit stelt haar in staat om ons te trainen en ons te vormen met dezelfde zorg totdat Christus in ons gestalte heeft gekregen (vgl. Gal 4,19). Deze rol van Maria, volledig gebaseerd op die van Christus en daaraan radicaal ondergeschikt, “verduistert of vermindert op geen enkele wijze dát unieke middelaarschap van Christus, maar toont aan, hoe krachtig het is”.20 Dit is het verlichtende principe dat door het Tweede Vaticaans Concilie is uitgesproken en dat ik in mijn eigen leven zo sterk heb ervaren en dat tot mijn eigen lijfspreuk heeft geleid: Totus Tuus.21 Dit motto is vanzelfsprekend geïnspireerd op de leer van de heilige Louis Marie Grignion de Montfort, die in de volgende woorden de rol van Maria heeft uitgelegd in het proces van gelijkvormig te worden aan Christus: “Onze gehele volmaaktheid bestaat uit het feit dat we gelijkvormig aan Jezus Christus zijn en in Hem verenigd en gewijd zijn. Daarom is de meest volmaakte verering ongetwijfeld die devotie die ons nog meer in overeenstemming met Christus brengt, ons met Hem verenigt en ons aan Hem doet toewijden. Omdat Maria van alle mensen zich het meest heeft gevoegd naar Jezus Christus, betekent dat van alle devoties de devotie die de ziel het meest in overeenstemming met Christus brengt en Hem heiligt, de devotie tot Maria is, die Zijn heilige moeder is. Hoe meer zielen aan haar zijn gewijd, hoe meer zullen ze aan Jezus Christus gewijd zijn.”22 Nergens anders dan in het rozenkransgebed zijn de levens van Jezus en Maria zo met elkaar verbonden. Maria leeft alleen in Christus en voor Christus!

 Met Maria tot Christus bidden

16.       Jezus nodigde ons uit om ons over te geven aan God met doorzettingskracht en vertrouwen dat we zullen worden gehoord: “Vraag, en jullie zal gegeven worden. Zoek, en je zult vinden. Klop, en er zal voor je worden opengedaan” (Mt 7,7). De basis voor deze werking van het gebed is de goedertierenheid van de Vader, maar ook de bemiddeling van Christus zelf (vgl. 1Joh 2,1) alsmede de werking van de heilige Geest die volgens de wil van God “voor ons pleit” (vgl. Rom 8,26-27). Omdat “wij niet eens weten hoe wij behoren te bidden” (Rom 8,26), en we soms niet worden gehoord “omdat we verkeerd bidden” (vgl. Jak 4,2-3).

            Om ons te steunen in het gebed dat Christus en de heilige Geest in ons hart laten opwellen, komt Maria tussenbeide met haar moederlijke voorspraak. “Het gebed van de Kerk wordt als het ware gedragen door het gebed van Maria.”23 Als Jezus, de enige bemiddelaar, de Weg is van ons gebed dan laat Maria, Zijn puurste en meest doorzichtige weerspiegeling, de Weg zien. “Op grond van deze bijzondere samenwerking van Maria met de werkzaamheid van de heilige Geest hebben de kerken het gebed tot de heilige Moeder van God ontwikkeld: het centrerend rond de persoon van Christus die zich in zijn mysteries geopenbaard heeft.”24 Op de bruiloft te Kana laat het evangelie duidelijk de voorspraak van Maria zien als zij aan Jezus de noden van anderen laat weten: “Ze zitten zonder wijn” (Joh 2,3).

 Het rozenkransgebed is zowel meditatie als smeekbede. Vasthoudend gebed tot de Moeder Gods is gebaseerd op het vertrouwen dat haar moederlijke voorspraak alle dingen uit het hart van haar Zoon kan verkrijgen. Ze is ‘almachtig door genade’, om de gewaagde uitdrukking te gebruiken (die juist moet worden begrepen) van de zalige Bartolo Longo in zijn Smeekbede tot de Onze Vrouwe.25 Dit is een overtuiging die, te beginnen met het evangelie, steeds sterker is gegroeid in de ervaring van christenen. De zo belangrijke dichter Dante drukt het bijzonder goed uit in de regels die de heilige Bernardus zong: “Vrouwe, U bent zo groot en machtig, dat wie genade verlangt maar geen beroep op u doet, zijn verlangen zonder vleugels zal zien wegvliegen.”26 Als we in het rozenkransgebed Maria, het heiligdom van de heilige Geest (vgl. Lc 1,35), smeken om haar voorspraak, bemiddelt zij voor ons bij de Vader die haar met genade heeft vervuld en bij de Zoon, geboren uit haar schoot. Zij bidt met en voor ons.

 Christus verkondigen met Maria

 17.       Het rozenkransgebed is ook een weg van verkondiging en toenemende kennis, waarin het mysterie van Christus steeds weer op verschillende niveaus van het christelijke bewustzijn aanwezig is. Het gebed heeft de vorm van een biddende en contemplatieve voorstelling, die in staat is om christenen te vormen naar het hart van Christus. Als het bidden van de rozenkrans alle elementen in zich verenigt die nodig zijn voor een effectieve meditatie – vooral in zijn gemeenschappelijke viering in parochies en heiligdommen – kan het een betekenisvolle mogelijkheid tot catechese bieden, hetgeen priesters in hun voordeel zouden moeten gebruiken. Op deze manier blijft ook Onze Vrouwe van de rozenkrans haar werk van de Christusverkondiging doen. De geschiedenis van het rozenkransgebed laat zien hoe dit gebed in het bijzonder door de dominicanen werd gebruikt toen de Kerk in moeilijkheden was als gevolg van de verspreiding van dwalingen. Vandaag de dag worden we met nieuwe uitdagingen geconfronteerd. Waarom zouden we niet opnieuw uit het rozenkransgebed putten met hetzelfde geloof van degenen die ons voorgingen? Het rozenkransgebed heeft in zich al zijn krachten bewaard en blijft een waardevol pastorale bron voor elke goede verkondiger.

Hoofdstuk II

Geheimen van Christus – geheimen van Zijn moeder

De rozenkrans, ‘een samenvatting van het evangelie’

18.       De enige wijze om de contemplatie van het gelaat van Christus te benaderen is door te luisteren naar de stem van de Vader in de heilige Geest, omdat “niemand de Zoon kent behalve de Vader” (Mt 11,27). Op de geloofsbelijdenis van Petrus antwoordde Jezus in de buurt van Ceasarea Philippi door de bron aan te geven van dit duidelijk aanvoelen van Zijn identiteit: “Niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel” (Mt 16,17). Wat dus nodig is, is een openbaring van boven. Om die openbaring te ontvangen is aandachtig luisteren onontbeerlijk: “Alleen de ervaring van stilte en gebed biedt het geëigende kader waarbinnen een waarachtige, getrouwe en samenhangende kennis kan groeien en rijpen van dat mysterie.”27

            Het rozenkransgebed is een van de traditionele wegen van christelijk gebed gericht op de contemplatie van het gelaat van Christus. Paus Paulus VI beschreef het met de volgende woorden: “Daar dus het rozenkransgebed op het evangelie steunt en naar het mysterie van de menswording en verlossing leidt als naar zijn kern, moet het als een gebed worden beschouwd dat geheel en al naar het christologische gebeuren wordt gericht. Wat hem immers eigen en bijzonder is, zijn litanievormige herhaling van de begroeting van de engel Wees gegroet namelijk, wordt ook een onophoudelijke lofprijzing van Christus, op wie de boodschap van de engel en de groet van de moeder van de doper, ‘Gezegend is de vrucht van uw schoot’ (Lc 1,42), als uiteindelijk voorwerp wijst. De herhaling van de woorden Wees gegroet is daarentegen als het weefsel waarin de beschouwing van de mysteries verder gaat. De Christus die in elke groet van de engel wordt aangeduid, is dezelfde die op de rij af uitgesproken mysteries als de Zoon van God voorstellen en als de Zoon van de maagd.”28

Een passende aanvulling

 19.       Van de vele geheimen uit het leven van Christus zijn maar een paar aangewezen voor het rozenkransgebed die nu algemeen gebruikt worden en die door de Kerk zijn goedgekeurd. De selectie was bepaald door de oorsprong van het gebed dat was gebaseerd op het getal 150, het aantal psalmen in het boek der Psalmen.

            Ik geloof echter dat, om de christologische diepte van het rozenkransgebed duidelijk te laten uitkomen, het passend zou zijn om een aanvulling op het klassieke patroon aan te brengen bestaande uit de geheimen van het openbare optreden van Christus tussen Doop en Lijden, de invulling echter overlatend aan de vrijheid van de indivi-duele gelovigen en van de geloofsgemeenschappen. In de opeenvolging van de geheimen overdenken we belangrijke aspecten uit het leven van de persoon van Christus als de definitieve openbaring van God. Tijdens de doop in de Jordaan aangekondigd als de geliefde Zoon van de Vader, is Christus degene die de komst van het Koninkrijk aankondigt, Hij legt daarvan getuigenis af door Zijn werken en kondigt af wat gedaan moet worden. Het is gedurende de jaren van zijn openbare optreden dat het geheim van Christus het duidelijkst een geheim van licht is: “Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld” (Joh 9,5).

            Opdat het rozenkransgebed meer een ‘samenvatting van het evangelie’ wordt is het passend om na de overweging van de Menswording en het verborgen leven van Christus (de blijde geheimen) en voorafgaand aan de overweging van de pijn en Zijn Lijden (de droevige geheimen) en de overwinning van zijn Verrijzenis (de glorievolle geheimen) de geheimen van het licht toe te voegen. Deze geheimen vormen een meditatie van bepaalde belangrijke momenten van Zijn openbare optreden. De aanvulling, zonder dat het de traditionele vorm van de rozenkrans schaadt, is bedoeld om het gebed nieuw leven in te blazen en om nieuwe belangstelling voor de plaats van het rozenkransgebed in de christelijke spiritualiteit op te wekken. Het gebed is een ware doorgang naar de diepten van het hart van Christus, oceaan van blijdschap en van licht, van lijden en glorie.

 De blijde geheimen

20.       De eerste vijf series van tien, de ‘blijde geheimen’, worden gekenmerkt door de vreugde die uitstraalt van de Menswording. Dit is duidelijk vanaf het eerste geheim, de Aankondiging, waar de begroeting van Gabriël aan de Maagd van Nazaret gepaard gaat met een uitnodiging van Messiaanse vreugde: “Verheugt U, Maria”. De gehele heilsgeschiedenis en in zekere zin de volledige wereldgeschiedenis loopt uit op deze begroeting. Als het de wil van de Vader is om alles in Christus samen te brengen (vgl. Ef 1,10), dan is het gehele universum op een bepaalde manier geraakt door de goddelijke goedkeuring waarmee de Vader naar Maria kijkt en haar tot de moeder van Zijn zoon maakt. De gehele mensheid wordt op zijn beurt omvat in het fiat waarmee zij bereidwillig instemt met Gods wil.

            Verrukking is het kenmerk van de ontmoeting met Elizabet, waar het geluid van Maria’s stem en de aanwezigheid van Christus in haar ertoe leidde dat Johannes van “vreugde opsprong in de schoot” van Elizabet (vgl. Lc 1,44). Ook de scène in Betlehem wordt gekenmerkt door blijdschap als de geboorte van het goddelijke Kind – de Verlosser van de wereld – wordt aangekondigd door engelengezang en verkondigd aan de herders als “een vreugdevolle boodschap” (Lc 2,10).

            De laatste twee geheimen, nog steeds deze vreugde uitstralend, wijzen al naar het drama dat gaat komen. De Opdracht in de Tempel drukt niet alleen de vreugde uit vanwege de toewijding van het Kind en de verrukking van de bejaarde Simeon. Het geeft de profetie weer over Christus als een “teken van tegenspraak” in Israël en over een zwaard dat Zijn moeders hart doorboort (vgl. Lc 2,34-35). Vreugde en verdriet gaan hand in hand bij het vijfde geheim als Maria haar twaalfjarige Zoon terugvindt in de tempel. Hier verschijnt Christus in zijn goddelijke wijsheid als Hij luistert en, in feite reeds als iemand die onderricht, vragen stelt. De openbaring van Zijn mysterie als de Zoon die geheel toegewijd is aan Zijn Vader, verkondigt de radicale natuur van het evangelie, waarin zelfs de meest intieme van de menselijke relaties worden uitgedaagd door de absolute eisen van het Koninkrijk. Maria en Jozef, bevreesd en ongerust, “begrepen” zijn woorden niet (vgl. Lc 2,50).

            Te mediteren over de blijde geheimen is als binnen te treden in de ultieme oorzaken en de diepste betekenis van christelijke vreugde. Het is zich concentreren op de werkelijkheidswaarde van het mysterie van de Menswording en op de duistere voorbode van het mysterie van het verlossend lijden. Maria leidt ons naar de ontdekking van het geheim van de christelijke gelukzaligheid en herinnert ons dat het christendom boven alles euangelion, ‘goed nieuws’ is, dat als het hart en als gehele inhoud de persoon van Jezus Christus heeft, het vleesgeworden Woord, de enige Verlosser van de wereld.

 De geheimen van het licht

 21.       Als we overgaan van de kindertijd en de periode in Nazaret naar het openbare leven van Jezus brengt de contemplatie ons naar de geheimen die op een bijzondere manier ‘geheimen van het licht’ kunnen worden genoemd. Het gehele Christusgeheim is in werkelijkheid een geheim van licht. Hij is het “licht van de wereld” (Joh 8,12). Deze waarheid wordt op bijzondere wijze tot uitdrukking gebracht tijdens Zijn openbare leven als Hij het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigt. Ik wil voor de christelijke gemeenschap vijf belangrijke momenten – ‘lichtgevende’ geheimen – tijdens deze fase van Christus’ leven aanreiken. Ik denk dat de volgende op passende wijze kunnen worden uitgekozen: 1. Zijn doop in de Jor-daan; 2. Zijn openbaring tijdens de Bruiloft te Kana; 3. Zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods en Zijn oproep tot bekering; 4. Zijn transfiguratie; 5. Zijn instelling van de eucharistie als sacramentele uitdrukking van het paasmysterie.

            Elke geheim is een openbaring van het Koninkrijk Gods dat reeds in de persoon van Jezus aanwezig is. De doop in de Jordaan is voor alles een geheim van het licht. Als Christus afdaalt in het water, de Onschuldige die de zondelast voor onze redding op zich nam (vgl. 2Kor 5,21), de hemelen zich wijd openen en de stem van de Vader Hem bekend maakt als zijn beminde Zoon (vgl. Mt 3,17 en parallellen), terwijl de heilige Geest over Hem nederdaalt en Hem bekleedt met de opdracht die Hij zal gaan uitvoeren. Een ander geheim van het licht is het eerste van de wonderen dat plaatsvindt in Kana (vgl. Joh 2,1-12) als Christus water in wijn verandert en het hart van de discipelen opent voor het geloof, dankzij de tussenkomst van Maria, de eerste onder de gelovigen. Weer een ander geheim is Jezus’ prediking van de komst van het Koninkrijk van God, Zijn oproep tot bekering (vgl. Mc 1,15) en de vergeving van zonden van iedereen die in nederig vertrouwen tot Hem komt (vgl. Mc 2,3-13; Lc 7,47-48). De instelling van dat geheim van genade dat hij uitvoert tot aan het einde van de wereld, met name door het sacrament van verzoening dat Hij aan Zijn Kerk heeft toevertrouwd (vgl. Joh 20,22-23). Het geheim van het licht bij uitstek is de transfiguratie van Christus, die volgens de traditie op de berg Tabor heeft plaatsgevonden. De luister van de goddelijkheid straalt van het gelaat van Christus als de Vader de verbijsterde apostelen opdraagt “naar Hem te luisteren” (vgl. Lc 9,35 en parallellen) en zich voor te bereiden om met Hem het lijden van de Passie mee te maken, maar ook om samen met Hem tot de vreugde van de Verrijzenis en het leven in de heilige Geest te komen. Het vijfde en laatste geheim van het licht is de instelling van de eucharistie, waarin Christus Zijn lichaam en bloed aanbiedt als voedsel onder de tekenen van brood en wijn en getuigenis aflegt van zijn liefde voor de mensheid “tot het uiterste toe” (Joh 13,1), voor wiens heil Hij zichzelf zal aanbieden als offer.

            In deze geheimen, op dat van het wonder van Kana na, blijft de aanwezigheid van Maria op de achtergrond. De evangeliën maken de kortst mogelijke verwijzingen naar haar toevallige aanwezigheid op een een of ander moment van predikatie van Jezus (vgl. Mc 3,31-35; Joh 2,12) en uit het evangelie kan niet worden opgemaakt of ze bij het Laatste Avondmaal en bij de instelling van de eucharistie aanwezig was. Maar de rol die ze op zich neemt in Kana vergezelt Christus in zekere zin gedurende zijn gehele weg. De Openbaring van Christus, door de Vader tijdens de doop in de Jordaan en herhaald door Johannes de Doper, wordt door Maria verwoord in Kana en het wordt de grote moederlijke aansporing die Maria aan de Kerk van alle tijden geeft: “Wat Hij u ook beveelt, doe het maar” (Joh 2,5). Deze raad is een passende inleiding tot de woorden en de tekenen tijdens het publieke leven van Christus en het vormt het mariale fundament van alle ‘geheimen van het licht’.

 De droevige geheimen

 22.       De evangeliën besteden veel aandacht aan de droevige geheimen van Christus. Vanaf het begin heeft de christelijke vroomheid, met name bij de overweging van de Kruisweg tijdens de Veertigdagentijd, zich gericht op de afzonderlijke momenten van de Passie. Men besefte dat daarin het hoogtepunt van de openbaring van Gods liefde en de bron van onze redding wordt gevonden. Het rozenkransgebed neemt bepaalde momenten uit het passieverhaal om de gelovigen uit te nodigen tot contemplatie en die momenten in hun hart te herbeleven. De reeks van meditaties begint met Getsemane, waar Christus een moment van grote doodsangst ondergaat voor de wil van de Vader en waartegen de zwakheid van het vlees in verzoeking zou worden gebracht om in opstand te komen. Jezus confronteert zich met alle beproevingen van de mensheid en alle menselijke zonden met de bedoeling tegen de Vader te zeggen: “Laat niet mijn wil gebeuren, maar die van U” (Lc 22,42 en parallellen). Dit ‘ja’ van Christus draait het ‘nee’ van onze stamvaderen in het Hof van Eden terug. De prijs van Zijn gelovigheid aan de wil van de Vader wordt duidelijk gemaakt in de volgende geheimen. Door Zijn geseling, de doornenkroon, het dragen van het Kruis en de dood aan het Kruis wordt de Heer overgeleverd aan het meest miserabele lijden: Ecce homo!

            Dit ellendige lijden onthult niet alleen Gods liefde, maar ook de zin van de mensheid zelf. Ecce homo: de betekenis, het begin en de vervulling van de mensheid is te vinden in Christus, de God die zichzelf vernederde uit liefde “tot de dood, de dood aan een kruis” (Fil 2,8). De droevige geheimen helpen de gelovige de dood van Jezus te herbeleven, te staan aan de voet van het Kruis naast Maria om met Haar binnen te treden in Gods liefde voor de mens en zijn levengevende kracht te ervaren.

 De glorievolle geheimen

23.       “De beschouwing van Christus’ gelaat mag niet halt houden bij het beeld van de gekruisigde. Hij is de Verrezene!”29 Het rozenkransgebed heeft altijd dit bewustzijn onder woorden gebracht en nodigde de gelovige uit om voorbij te gaan aan het duister van de Passie en op te zien naar de glorie van Christus in de Verrijzenis en de Hemelvaart. In de beschouwing van de Verrezene herontdekken christenen de reden voor hun eigen geloof (vgl. 1Kor 15,14) en zij herbeleven niet alleen de vreugde van hen aan wie Christus is verschenen – de apostelen, Maria Magdalena en de Emmaüsgangers – maar ook de vreugde van Maria, die een gelijksoortige intense ervaring moet hebben gehad toen haar verheerlijkte Zoon het nieuwe leven begon. In de Hemelvaart werd Christus in glorie opgenomen aan de rechterhand van de Vader, terwijl Maria zelf tot dezelfde glorie zou worden verheven bij haar Tenhemelopneming. Zij had op voorhand dit unieke privilege, het doel dat voor alle rechtvaardigen is bestemd bij de Verrijzenis der doden. Gekroond in glorie – zoals ze tevoorschijn komt in het laatste glorievolle geheim – straalt Maria als koningin van engelen en heiligen als een vooruitblik op de hoogste eschatologische staat van de Kerk.

            Hoogtepunt in deze reeks glorievolle geheimen die de glorie van de Zoon en Zijn moeder betreft, is Pinksteren. Dan wordt het gelaat van de Kerk geopenbaard als een gezin dat met Maria bij elkaar komt, opgewekt door de krachtige uitstorting van de heilige Geest en gereed voor de verkondiging van het evangelie. De contemplatie van deze gebeurtenis, net zoals die van de andere glorievolle geheimen, zou bij de gelovigen moeten leiden tot een grotere waardering voor hun nieuwe leven in Christus, geleefd in het hart van de Kerk, waarvan de gebeurtenissen van Pinksteren zelf de grootste icoon van hun nieuwe bestaan is. De glorievolle geheimen leiden zo tot een grotere hoop op het eschatologische doel, waar de gelovigen naartoe reizen als leden van het pelgrimerende volk Gods in de geschiedenis. Dit kan hen aanzetten om moedige getuigen van het ‘goede nieuws’ te zijn dat betekenis geeft aan hun gehele bestaan.

 Van de ‘geheimen’ tot het ‘Geheim’: de weg van Maria

 24.       De meditatiecycli voorgesteld door de rozenkrans zijn bij lange na niet uitputtend, maar ze brengen wel naar voren wat essentieel is. Ze wekken een dorst op naar kennis van Christus, die gelest wordt door de pure bron van het evangelie. Elke afzonderlijke gebeurtenis uit het leven van Christus, zoals blijkt uit het evangelie, is het een schittering van het mysterie dat al het begrip te boven gaat (vgl. Ef 3,19): het mysterie van het vlees geworden Woord, waarin “de godheid lijfelijk in heel haar volheid woont” (Kol 2,9). Daarom legt de Katechismus van de Katholieke Kerk grote nadruk op de Christusgeheimen en brengt zij onder de aandacht dat “alles in het leven van Jezus in het teken van zijn mysterie staat”.30 Het ‘duc in altum’ van de Kerk van het derde millennium zal worden bepaald door de mate waarin gelovigen in staat zijn binnen te gaan in de “volle rijkdom van het inzicht in Gods geheim, Christus namelijk, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen” (Kol 2,2-3). De brandende oproep uit de Brief aan de Efeziërs geldt voor alle gedoopten: “zodat Christus door het geloof woont in uw hart, en u in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Dat u in staat … bent de liefde te kennen van Christus, die alle kennis te boven gaat; dat u geheel vervuld wordt van de volheid van God” (Ef 3,17-19).

            Het rozenkransgebed staat ten dienste van dit ideaal: het gebed biedt het ‘geheim’ dat eenvoudig leidt tot een diepgaande en innerlijke kennis van Christus. We kunnen het de weg van Maria noemen. Het is de weg van het voorbeeld van de Maagd van Nazaret, een vrouw van geloven, zwijgen en luisteren. Het is ook de weg van een mariale devotie geïnspireerd door de kennis van de onafscheidelijke verbintenis tussen Christus en Zijn moeder. De Christusgeheimen zijn in zekere zin ook de geheimen van Zijn moeder, ook al hebben ze niet direct betrekking op haar, omdat ze van en door Hem leefde. Door ons de woorden van de aartsengel Gabriël en de heilige Elisabet in het Weesgegroet eigen te maken, worden we voortdurend aangespoord in Maria, tussen haar armen en in haar hart, de “gezegende vrucht van haar schoot” (vgl. Lc 1,42) te zoeken.

 Geheim van Christus, geheim van de mens

 25.       In mijn getuigenis uit 1978 die ik hierboven aanhaalde en waarin ik het rozenkransgebed beschreef als mijn favoriete gebed, gebruikte ik een beeld waarop ik wil terugkomen. Ik zei toen: “In het eenvoudige rozenkransgebed komt het ritme van het menselijk leven tot uitdrukking.”31

            In het kader van wat tot dusverre is gezegd over de geheimen van Christus is het niet moeilijk dieper in te gaan op de antropologische betekenis van het rozenkransgebed, dat veel verder gaat dan op het eerste gezicht lijkt. Iedereen die gedurende de verschillende fasen van zijn leven mediteert over Christus kan niet anders dan in Hem de waarheid over de mensheid ontvangen. Dit is de grote bevestiging van het Tweede Vaticaans Concilie die ik sinds de Encycliek Redemptor hominis zo vaak in mijn leer heb verwerkt: “In werkelijkheid licht het mysterie van de mens alleen op in het mysterie van het mens geworden Woord.”32 Het rozenkransgebed helpt de weg naar dit licht te openen. Door in het voetspoor van Christus te gaan, waarin de weg van de mensheid “kort is samengevat”,33 geopenbaard en verlost, komen gelovigen oog in oog te staan met het beeld van de ware mens. Mediterend over de geboorte van Christus leren zij over de heiligheid van het leven. Kijkend naar het huiselijk leven in Nazaret leren zij de oorspronkelijke waarheid van het gezin volgens Gods plan kennen. Door naar de Meester te luisteren in de geheimen van zijn publieke leven vinden zij het licht dat hen leidt om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Door Hem te volgen op zijn weg naar Calvarië leren zij de betekenis van het heilbrengend lijden. Door Christus en Zijn moeder tenslotte in glorie te overdenken, zien zij het doel waarvoor ieder van ons geroepen is, mits we onszelf toestaan om genezen en herschapen te worden door de heilige Geest. Men zou kunnen zeggen dat elk geheim van de rozenkrans, bij zorgvuldige meditatie, licht verspreidt op het mysterie van de mensheid.

            Tegelijkertijd wordt het vanzelfsprekend om naar deze ontmoeting met de heilige mensheid van de Verlosser alle problemen, zorgen en inspanningen waaruit ons leven bestaat te brengen. “Geef al uw zorgen over aan de Heer, Hij zal je leven dragen” (Ps 55,23). De rozenkrans bidden is de last overbrengen op het genaderijke hart van Christus en Zijn moeder. Vijfentwintig jaar later en de moeilijkheden overdenkend die ook deel uitmaken van mijn pontificaat voel ik me geroepen om het nog eens als een hartelijke uitnodiging tegen iedereen te zeggen: het rozenkransgebed slaat werkelijk ‘het ritme van het menselijk leven’. Het brengt het leven in harmonie met het ritme van Gods eigen leven, in de glorievolle gemeenschap met de heilige Geest, die richting geeft aan en ademtocht is van ons leven.

 Hoofdstuk III

“Voor mij is Christus het leven”

 De rozenkrans, de weg om het geheim op te nemen

 26.       Het rozenkransgebed stelt de meditatie over de geheimen van Christus voor door een kenmerkende methode die ontworpen is om de geheimen het best op te nemen. De methode is gebaseerd op herhaling. Dit is met name het geval met het Weesgegroet, dat na elk geheim tien maal wordt gebeden. Wie oppervlakkig naar deze herhaling kijkt, komt in de verleiding het rozenkransgebed op te vatten als een droge en saaie bezigheid. Maar het is heel anders als men het rozenkransgebed ziet als een uitstorting van de liefde die zich onvermoeibaar tot de geliefde persoon wendt met gelijke uitdrukkingen naar inhoud maar steeds nieuw, in de zin van het gevoel waar ze uit voortkomen.

            In Christus heeft God waarlijk een ‘hart van vlees’ aangenomen. Niet alleen heeft God een goddelijk hart, rijk in genade en vergeving, maar ook een menselijk hart, bekwaam voor alle gevoelsuitingen. Wie bewijs nodig heeft uit het evangelie, kan het eenvoudig vinden in de aangrijpende dialoog tussen Christus en Petrus na de Verrijzenis. “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?” Drie keer stelt Jezus deze vraag en drie keer antwoordt Petrus: “Heer, U weet dat ik van U houd” (vgl. Joh 21,15-17). Uitstijgend boven de bijzondere betekenis van deze passage, zo belangrijk voor de zending van Petrus, kan niemand de schoonheid van deze drievoudige herhaling ontgaan. Het vasthoudend vragen en antwoorden komt overeen in bewoordingen die de algemene ervaringen van menselijke liefde weergeven. Om het rozenkransgebed te doorgronden moet men nader ingaan op de psychologische dynamiek die eigen is aan de liefde.

            Een ding is duidelijk: hoewel het herhaalde Wees gegroet direct tot Maria gericht is, is de daad van liefde uiteindelijk voor Jezus bestemd, met en door Maria. De herhaling wordt gevoed door het verlangen om nog vollediger gelijkvormig aan Christus te worden, het ware doel van christelijk leven. De heilige Paulus drukte zich over dit doel met vurige woorden uit: “Want voor mij is leven Christus en sterven winst” (Fil 1,21). En nog eens: “Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij” (Gal 2,20). Het rozenkransgebed helpt ons nog gelijkvormiger te worden totdat we de ware heiligheid verwerven.

Een werkzame methode …

27.       We moeten niet verbaasd staan dat onze verhouding met Christus gebruik maakt van een methode. God zelf communiceert met ons door onze menselijke natuur en zijn vitale ritmen te respecteren. De christelijke spiritualiteit weet ook de subliemste vormen van mystieke stilte in zich, waarbij beelden, woorden en gebaren worden vervangen door de intensiteit van een verheven godsrelatie met de mens, die normaal gesproken de gehele persoon in zijn psychologische, fysieke en relationele werkelijkheid erbij betrekt.

            Dit wordt duidelijk in de liturgie. Sacramenten en sacramentalia zijn opgebouwd als een reeks van riten waarin alle dimensies van de persoon betrokken worden. Hetzelfde geldt voor het niet-liturgisch gebed. Dit bewijst het feit dat, in het Oosten, het meest kenmerkende gebed van de christologische meditatie samengebald is in de woorden “Jezus, Christus, Zoon van God, Heer, wees mij, zondaar, genadig!”34, worden die traditioneel verbonden zijn met het ritme van de ademhaling. Hoewel dit ten goede komt aan de volharding in gebed, be-lichaamt het in zekere zin ook het verlangen dat Christus de adem, de ziel en het ‘alles’ van iemands leven wordt.

 … die niettemin kan worden verbeterd

 28.       Ik schreef in mijn apostolische Brief Novo millennio ineunte dat er in het Westen momenteel een nieuwe vraag naar meditatie is, die soms leidt tot enthousiaste belangstelling voor aspecten van andere religies.35 Sommige christenen, beperkt in hun kennis van de christelijk contemplatieve traditie, worden aangetrokken door die gebedsvormen. Deze gebeden bevatten veel elementen die positief zijn en hier en daar toepasbaar zijn in de christelijke ervaring, maar verbergen onacceptabele ideologische vooronderstellingen. Er zijn methoden in zwang die zich richten op het bereiken van een hogere spirituele concentratie door het gebruik van technieken van psychofysische, symbolische en repeterende aard. De rozenkrans wordt geplaatst in het kader van deze religieuze fenomenen, maar onderscheidt zich door zijn kenmerken die overeenkomen met specifiek christelijke behoeften.

            Feitelijk is het rozenkransgebed ge-woonweg een methode van contemplatie. Als methode helpt het gebed als een middel naar een doel en kan niet een doel op zich worden. Niettemin moet deze methode, als de vrucht van eeuwenlange ervaring, niet worden ondergewaardeerd. In haar voordeel zou de ervaring van talloze heiligen kunnen worden genoemd. Daarmee is niet gezegd dat de methode niet kan worden verbeterd. Dat is de bedoeling van de toevoeging van een nieuwe reeks van mysteria lucis aan de volledige cyclus van geheimen en van een paar suggesties die ik in deze Brief voorstel wat betreft de manier van reciteren. Deze suggesties, met eerbied voor de gewaardeerde structuur van dit gebed, zijn bedoeld om de gelovigen te helpen om het gebed, in al zijn rijkdom van het symbool en in overeenstemming met de vragen van het dagelijks leven, te begrijpen. Anders bestaat het risico dat het rozenkransgebed niet alleen geen geestelijke vruchten zou voortbrengen, maar ook dat de kralen, aan de hand waarvan het rozenkransgebed normaal gesproken wordt gebeden, zouden kunnen worden opgevat als een soort amulet of een magisch voorwerp. Daarmee zou de betekenis en de functie van het kralensnoer geheel en al verloren gaan.

 De bekendmaking van elk geheim

29.       Het bekendmaken van elk geheim, en daaraan wellicht een bruikbaar icoon vastkoppelen als afbeelding van elk geheim, is als het openen van het toneel waarop we onze aandacht vestigen. De woorden richten de verbeelding en het verstand naar een bepaalde episode uit het leven van Christus. De verering van iconen en andere devoties waarbij de zintuigen in beroering worden gebracht alsook de gebedsmethode van de heilige Ignatius van Loyola in de Geestelijke Oefeningen maken binnen de traditionele spiritualiteit van de Kerk gebruik van vi-suele en beeldende elementen (de compositio loci). Ze worden geacht van grote hulp te zijn bij het concentreren van de geest op de afzonderlijke geheimen. Dit is een methodologie die beantwoordt aan de logica zelf van de Menswording: In Jezus wilde God menselijke kenmerken aannemen. Het is door Zijn lichaam dat we in contact zijn getreden met het mysterie van Zijn goddelijkheid.

            Deze noodzaak voor concreetheid vindt voorts uitdrukking in de bekendmaking van de verschillende geheimen van de rozenkrans. Het moge duidelijk zijn dat deze geheimen noch in de plaats komen van het evangelie noch dat ze diens inhoud in zijn geheel overnemen. Het rozenkransgebed is daarom geen vervanging voor de lectio divina. In tegendeel, het veronderstelt deze en zet er toe aan. Ondanks dat de geheimen van de rozenkrans, ook met de toevoeging van de mysteria lucis, zich beperken tot de belangrijkste episoden uit Christus’ leven, wordt het eenvoudiger gemaakt om uitgebreid te reflecteren op de rest van het evangelie, zeker als het rozenkransgebed gebeden wordt in voortdurende herhaling.

 Luisteren naar Gods woord

30.       Om een bijbelse basis en grotere diepgang aan onze meditatie te geven, is het nuttig om na de aankondiging van een geheim te vervolgen met een bijbeltekst, die afhankelijk van de omstandigheden kort of lang kan zijn, maar altijd betrekking moet hebben op het betreffende geheim. Andere teksten kunnen niet op tegen de werkzaamheid van Gods Woord. Wie luistert is zeker dat dit het woord van God is, gesproken voor vandaag en ‘voor mij’.

            Op deze manier kan Gods woord onderdeel worden van de methodologie van de rozenkrans, die bestaat uit herhaling zonder dat het verveelt omdat het al bekend is. Het is geen kwestie van het terughalen van informatie maar God toestaan te spreken. In sommige plechtige vieringen binnen de gemeenschap kan dit toepasselijk worden geïllustreerd met een kort commentaar.

 Stilte

 31.            Luisteren en mediteren worden gevoed door stilzwijgen. Na de aankondiging van het geheim en het lezen van het woord, is het gepast om een pauze in te lassen en de aandacht voor een passende periode te vestigen op het betreffende geheim alvorens over te gaan op hardop bidden. Het belang van stilte ontdekken is een van de sleutels van de praktijk van contemplatie en meditatie. Een van de beperkingen van een samenleving die door technologie en massamedia wordt overheerst is dat het moeilijk is tot stilte te komen. Zoals stilte in de liturgie wordt aanbevolen, zo is het ook tijdens het rozenkransgebed passend om kort te pauzeren na het woord van God te hebben gehoord. Het verstand kan zich dan concentreren op de inhoud van een bepaald geheim.

 Het ‘Onze Vader’

 32.       Na het luisteren naar het woord en aandacht voor het geheim is het vanzelfsprekend voor het verstand om naar de Vader verheven te worden. In elk van zijn geheimen leidt Jezus ons altijd naar God, zoals Hij rust aan het ‘hart’ van de Vader (vgl. Joh 1,18). Hij is voortdurend naar Hem gericht. Hij wil ons in Zijn nabijheid met de Vader laten delen, zodat we met hem kunnen zeggen: “Abba, Vader” (Rom 8,15; Gal 4,6). In de verbintenis tussen Christus en Zijn Vader maakt Hij ons broeders en zusters van Hemzelf en van elkaar terwijl Hij ons de heilige Geest zendt, die zowel van Hem als van de Vader is. Werkend als een soort fundament voor de christologische en mariale meditatie – welke zich ontvouwt in de herhaling van het Weesgegroet – maakt het Onze Vader de meditatie over het mysterie, zelfs wanneer het in eenzaamheid wordt gedaan, een kerkelijke ervaring.

 De tien ‘Weesgegroeten’

 33.       Dit is het meest uitgebreide element van het rozenkransgebed en het zorgt ervoor dat het een Maria-gebed bij uitstek is. Maar wie het Weesgegroet juist begrijpt kan duidelijk zien dat het mariale karakter niet tegengesteld is aan het christologische karakter. Het Weesgegroet benadrukt en vergroot de rol van Christus. Het eerste deel van het Weesgegroet, afgeleid van de woorden die de aartsengel Gabriël en de heilige Elisabet spraken tot Maria, is een contemplatie uit eerbied voor het geheim dat door de Maagd van Nazaret is volbracht. Die woorden geven – om zo te zeggen – het wonder van hemel en aarde weer. Ze zouden gezegd kunnen zijn om ons een glimp te doen opvangen van Gods eigen verwondering als hij zijn eigen ‘meesterwerk’ aanschouwt –  de menswording van de Zoon in de schoot van de Maagd Maria. Als we ons herinneren hoe, in het boek Genesis, God “alles bekeek wat Hij gemaakt had” (Gn 1,31) kunnen we hierin een echo horen van die “pathos waarmee God, bij de dageraad van de schepping, naar het werk van zijn handen keek”.36 De herhaling van het Weesgegroet in het rozenkransgebed maakt ons deelgenoot van Gods eigen verwondering en genoegen. In uitbundige verwondering worden we ons gewaar van het grootste wonder uit de geschiedenis. De profetie van Maria vindt hierin zijn vervulling: “Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig” (Lc 1,48).

            Het zwaartepunt in het Weesgegroet, bijna een scharnier tussen het eerste en tweede deel, is de naam van Jezus. Soms kan dit zwaartepunt, als we het gebed snel reciteren, over het hoofd worden gezien en daarmee ook de verbinding met de contemplatie van het mysterie van Christus. Het is precies die nadruk, gegeven aan de naam van Jezus en Zijn geheim, dat het teken is van een betekenisvol en vruchtbaar bidden van het rozenkransgebed. Paus Paulus VI wijst in zijn apostolische Exhortatie Marialis cultus op het gebruik in bepaalde regio’s om de naam van Jezus te benadrukken door het toevoegen van een bijzin die betrekking heeft op het geheim dat men mediteert.37 Dit is een lovenswaardig gebruik, met name als de rozenkrans gezamenlijk wordt gebeden. Het geeft krachtige uitdrukking van ons geloof in Christus en is gericht op de verschillende momenten uit het leven van de Verlosser. Het is zowel een belijdenis van geloof als een hulpmiddel voor de concentratie van onze meditatie omdat het het proces van aanpassing aan het mysterie van Christus, dat inherent is aan de herhaling in het Weesgegroet, mogelijk maakt. Wanneer we de naam van Jezus herhalen – de enige naam waarbij we mogen hopen op verlossing (vgl. Hnd 4,12) – in nauwe verbinding met de naam van de gezegende moeder, alsof we het doen op haar aangeven, slaan we een weg van aanpassing in die bedoeld is om ons te helpen ons te verdiepen in het leven van Christus.

            Uit Maria’s unieke en bevoorrechte verbintenis met Christus, hetgeen haar de moeder van God maakt, Theotòkos, ontlenen we de kracht voor het verzoek dat we in het tweede deel van het gebed maken, als we ons overgeven aan haar moederlijke voorspraak tijdens ons leven en in het uur van onze dood.

Het ‘Gloria’

 34.       De lofprijzing van de Drievuldigheid is het doel van alle christelijke contemplatie. Christus is immers de weg die ons leidt naar de Vader en de heilige Geest. Als we op deze weg tot het eind volharden, komen we herhaaldelijk het geheim van de drie goddelijke personen tegen, aan wie alle lof, eerbied en dankbaarheid toekomen. Het is belangrijk dat het Gloria, het hoogtepunt van contemplatie, een belangrijke plaats wordt gegeven in het rozenkransgebed. In geval van gemeenschappelijk gebed kan het Gloria gezongen worden als manier om passende nadruk te geven aan de trinitaire structuur van alle christelijke gebeden.

            De mate waarin de meditatie over het mysterie diepgaand en aandachtig is, en in de mate waarin de meditatie – van het ene Weesgegroet naar het andere – door liefde voor Christus en Maria levendig is, neemt de verheerlijking van de Drievuldigheid na tien keer Weesgegroet, dat verre van gehaast mag gebeuren, zijn juiste contemplatieve toon op, die de ziel als het ware verheft naar hemelse hoogten en ons in staat stelt om de ervaring van Tabor te herbeleven, een voorproefje van de contemplatie die ons nog staat te wachten: “Het is maar goed dat wij hier zijn” (Lc 9,33).

 Het afsluitende, korte gebed

 35.       In het tegenwoordige gebruik wordt het Gloria gevolgd door een kort afsluitend gebed dat van streek tot streek verschilt. Zonder ook maar iets van de waarde van zo’n gebed af te doen, is het goed op te merken dat de contemplatie zijn volledige spirituele vruchten afwerpt als een poging zou worden gedaan om elk geheim af te sluiten met een gebed voor de specifieke vruchten van dat bepaalde geheim. Op deze manier zal het rozenkransgebed beter zijn verbinding met het christelijk leven uitdrukken. Een mooi liturgisch gebed stelt evenveel voor en het nodigt ons uit om te bidden dat we, door de geheimen van de rozenkrans te beschouwen, “nadoen wat ze inhouden en krijgen wat ze beloven”.38

            Zo’n afsluitend gebed kan, zoals nu al het geval is, op rechtmatige wijze allerlei vormen aannemen. Op deze manier kan het rozenkransgebed een karakter aannemen dat beter aansluit op verschillende spirituele tradities en verschillende christelijke ge-meenschappen. Het is dan ook te hopen dat geschikte formules ruim zullen worden verspreid naar gepast pastoraal inzicht en na ervaringen in centra en heiligdommen die in het bijzonder zijn toegewijd aan het rozenkransgebed opdat Gods volk kan profiteren van een overvloed van authentieke spirituele rijkdom en een voedingsbodem vindt voor zijn persoonlijke contemplatie.

 Het kralensnoer van de rozenkrans

 36.       De traditionele hulp om de rozenkrans te reciteren is de kralenketting. Oppervlakkig gezien zijn de kralen slechts een eenvoudige ondersteuning om de opeenvolging van de Weesgegroeten te tellen en de voortgang te markeren. Maar ze kunnen ook symbolische waarde hebben, die van toegevoegde waarde is voor de contemplatie.

            Als eerste dient te worden opgemerkt dat de kralen samenkomen in de Crucifix, waarmee het zich ontvouwende gebed begint en eindigt. Christus is het centrum van het leven en het centrum van het gebed van de gelovigen. Alles gaat van Hem uit, alles neigt naar Hem, alles komt in Hem en in de heilige Geest samen in de Vader.

            Als een hulpmiddel om te tellen en de voortgang van het gebed te markeren, herinneren de kralen ons aan de oneindige weg van christelijke contemplatie en vervolmaking. De zalige Bartolo Longo beschouwde ze als een ‘keten’ die ons met God verbindt. Een keten, maar wel een zoete keten omdat de betrekking met God, die ook onze Vader is, inderdaad zoet is. Het is een ‘kinderlijke’ ketting die ons in eenstemmigheid brengt met Maria, “de dienares van de Heer” (Lc 1,38) en, bovenal, met Christus zelf, die hoewel hij gelijk was aan God, zichzelf “slaaf” maakte uit liefde voor ons (Fil 2,7).

            Het is mooi om de symbolische betekenis van het kralensnoer uit te breiden naar onze relaties met anderen en daarin de gemeenschapsband en broederschap te zien die ons allen verbinden in Christus.

 Het begin en het eind

 37.       In verschillende delen van de Kerk zijn heden ten dage vele manieren om het rozenkransgebed te beginnen. In sommige plaatsen is het gewoonte om te beginnen met de openingswoorden uit Psalm 70: “God, kom mij te hulp, Heer haast U mij te helpen”, om in hen die bidden een nederige bewustzijn aan te wakkeren van hun eigen onvolkomendheid. Op andere plaatsen begint de rozenkrans met het Credo, als om de geloofsbelijdenis de basis te maken van de contemplatieve reis die op het punt staat te beginnen. Deze en vergelijkbare gebruiken, in zoverre ze de ziel voorbereiden op de contemplatie, zijn alle in gelijke mate toegestaan. Het rozenkransgebed wordt vervolgens beëindigd met een gebed voor de intenties van de paus, als om de gelovigen de weidsheid van de noden van de Kerk te laten zien. Het is precies om deze kerkelijke dimensie van het rozenkransgebed te bevorderen dat de Kerk het passend heeft geacht om aflaten te verlenen aan hen die het bidden met de juiste instelling.

            Als op deze manier wordt gebeden, wordt het rozenkransgebed werkelijk een spirituele weg waarop Maria voorgaat als moeder, leraar en gids en de gelovige ondersteunt met haar krachtige voorspraak. Is het daarom een wonder als de ziel zich, na dit gebed waarin hij zo diepgaand het moederschap van Maria voelde, geroepen voelt uit te barsten in lof voor de gezegende Maagd, met ofwel dat schitterende gebed Salve Re-gina of de Litanie van Loreto? Dit is het moment van de bekroning van de innerlijke reis, die de gelovige in levend contact heeft gebracht met het mysterie van Christus en zijn heilige Moeder.

 Verdeling over de tijd

 38.       De rozenkrans in zijn geheel kan dagelijks worden gereciteerd, en het is te prjizen dat er mensen zijn die dat zo doen. Op deze wijze vult het gebed de dagen van contemplatief ingestelde mensen of het houdt de zieken gezelschap en ouderen die over voldoende tijd beschikken. Maar het moge duidelijk zijn – en dit is zelfs meer van toepassing nu de nieuwe reeks van mysteria lucis deel van het gebed uitmaakt – dat veel mensen slechts de mogelijkheid zullen hebben maar een deel van de rozenkrans te bidden volgens een zeker wekelijks patroon. Deze verdeling van het rozenkransgebed over een week heeft het effect dat de verschillende dagen van de week een zekere spirituele kleur krijgen, analoog aan de liturgie die de verschillende tijden van het liturgisch jaar kleur geeft.

            Naar hedendaags gebruik zijn maandag en donderdag toegewijd aan de ‘blijde geheimen’, dinsdag en vrijdag aan de ‘droevige geheimen’ en woensdag, zaterdag en zondag aan de ‘glorievolle geheimen’. Waar zouden de ‘geheimen van het licht’ kunnen worden ingelast? Als we er rekening mee houden dat de ‘glorievolle geheimen’ zowel op zaterdag als zondag worden overwogen en dat zaterdag altijd al een speciaal mariaal karakter had, kan de tweede wekelijkse meditatie van de ‘blijde geheimen’, geheimen waarin Maria in het bijzonder aanwezig is, verplaatst worden naar zaterdag. De donderdag komt dan vrij voor meditatie van de ‘geheimen van het licht’.

            Deze aanwijzing is niet bedoeld om de rechtmatige vrijheid in persoonlijk en gemeenschappelijk gebed in te perken, en ook moet rekening gehouden worden met spirituele en pastorale noden en de gebeurtenis van een bijzondere liturgische viering die zouden kunnen vragen om geschikte aanpassingen. Wat echt belangrijk is dat het rozenkransgebed altijd gezien en ervaren moet worden als een weg van contemplatie. In het gebed, dat op zekere hoogte gelijk is aan wat gebeurt tijdens de liturgie, wordt de christelijke week, met als middelpunt de zondag, de dag van de Verrijzenis, een reis door de geheimen uit het leven van Christus, die zich in het leven van Zijn leerlingen laat zien als de Heer van tijd en geschiedenis.

 Conclusie

 “Gezegende rozenkrans van Maria, zoete ketting die ons met God verenigt”

39.       Wat tot dusverre is gezegd maakt de rijkdom van dit traditionele gebed volledig duidelijk. Het heeft de eenvoud van een populaire devotie maar ook de theologische diepgang van een gebed passend bij hen die behoefte hebben aan diepere contemplatie.

            De Kerk heeft altijd bijzondere werkzaamheid toegekend aan dit gebed. Zij heeft aan het rozenkransgebed, aan het gemeenschappelijke gebed en aan de voortdurende praktijk de meest moeilijke problemen toevertrouwd. In tijden dat het christendom zelf bedreigd leek te worden, werd haar bevrijding toegeschreven aan de kracht van dit gebed en Onze Vrouwe van de rozenkrans werd aangeroepen als degene wier voorspraak redding bracht.

            Vandaag vertrouw ik graag aan de kracht van dit gebed – zoals ik in het begin al heb gezegd – de wereldvrede en het gezin toe.

 Vrede

 40.       De zware uitdagingen die aan de wereld aan het begin van dit nieuwe millennium worden gesteld, leiden ons tot de gedachte dat alleen een tussenkomst van boven geschikt is om de harten te leiden van hen die in conflictsituaties leven en degenen die regeren over het lot van de naties en reden tot hoop kan geven voor een betere toekomst.

            Het rozenkransgebed is wezenlijk een gebed voor vrede. Het gebed bestaat uit de contemplatie van Christus, de Prins van de Vrede, de enige die “onze vrede” (Ef 2,14) is. Ieder die zich voegt in het mysterie van Christus – en dit is duidelijk het doel van de rozenkrans – leert het geheim van de vrede kennen en maakt dit tot zijn levenswerk. Door de kracht van zijn meditatieve karakter, samen met de rustgevende opvolging van de Weesgegroeten, bereikt het rozenkransgebed bovendien een vredig effect op hen die het bidden en stelt hen open om diep van binnen de ware vrede, die een speciale gift is van de Verrezen Heer, te ontvangen, te ervaren en om zich heen te verspreiden (vgl. Joh 14,27; 20,21).

            Het rozenkransgebed is eveneens een gebed voor vrede wegens de vruchten van de liefde die het voortbrengt. De rozenkrans leidt tot een ontmoeting met Christus in Zijn geheimen, mits de rozenkrans op een werkelijk meditatieve manier wordt gebeden. Het kan op die manier niet aflaten de aandacht te vestigen op het gelaat van Christus zoals het in anderen verschijnt, in het bijzonder in de meest gekwelden. Hoe zou iemand het geheim van het Kind in Betlehem kunnen overwegen, in de blijde geheimen, zonder het verlangen te hebben om het leven te verwelkomen, te verdedigen en te bevorderen en om de last van kinderen te ondersteunen die overal ter wereld lijden? Hoe zou mogelijkerwijs iemand in de voetstappen van de Verrezen Christus, in de geheimen van het licht, kunnen treden zonder getuigenis af te leggen van Zijn ‘Zaligheden’ in het dagelijks leven? En hoe zou iemand Christus die het Kruis draagt en de gekruisigde Christus kunnen overwegen en niet de behoefte voelen te handelen als een ‘Simon van Cyrene’ voor onze broeders en zusters die door smart worden overweldigd of verpletterd onder wanhoop? Hoe zou iemand tenslotte kunnen opkijken naar de glorie van de Verrezen Heer of van Maria, de Hemelse Koningin, zonder te hunkeren om deze wereld mooier, gerechtvaardigder en meer volgens Gods plan te maken?

            Kortom, door onze ogen op Christus te richten, maakt het rozenkransgebed ons ook vredestichters in de wereld. Vanuit zijn wezenlijke eigenschap als voortdurend gemeenschappelijke gebed in overeenstemming met de uitnodiging van Christus om te “blijven bidden” (Lc 18,1), staat het gebed ons toe om te hopen dat, zelfs vandaag de dag, de moeilijke ‘strijd’ voor vrede gewonnen kan worden. Het rozenkransgebed biedt geen vlucht voor de wereldproblemen, maar verplicht ons die problemen met verantwoordelijkheid en edelmoedigheid te zien. Om zo de kracht te verkrijgen om de problemen tegemoet te treden in de zekerheid dat God helpt en met de vaste overtuiging om getuigenis af te leggen van “de liefde, die de band van de volmaaktheid is” (Kol 3,14).

 Het gezin: ouders …

 41.       Net als een gebed voor de vrede, is de rozenkrans ook, en altijd geweest, een gebed van en voor het gezin. Ooit was dit gebed bijzonder dierbaar voor christelijke gezinnen, en het bracht hen zeker dichter bij elkaar. Het is belangrijk deze rijke erfenis niet te verliezen. We moeten terugkeren naar de rozenkrans als familiegebed en gebed voor gezinnen door hem blijven te gebruiken.

            In mijn apostolische Brief Novo millennio ineunte moedigde ik bij leken, in het dagelijkse parochieleven of in christelijke groepen, de viering aan van het getijdengebed.39 Nu verlang ik hetzelfde voor het rozenkransgebed te doen. Deze twee wegen van christelijke contemplatie sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Ik zou daarom willen vragen aan degenen die zichzelf toewijden aan pastorale zorg voor gezinnen om van harte het rozenkransgebed aan te bevelen.

            Een gezin dat samen bidt blijft bij elkaar. De heilige rozenkrans, een eeuwenoude traditie, heeft zichzelf in het bijzonder effectief gemaakt als een gebed dat het gezin bij elkaar brengt. Individuele gezinsleden die hun ogen naar Jezus richten verkrijgen ook de mogelijkheid om de ander in de ogen te zien, om met hem te praten, om solidariteit te tonen, om de ander te vergeven en om hun liefdesband in de Geest van God vernieuwd te zien.

            Veel van de problemen waarmee hedendaagse gezinnen geconfronteerd worden, vooral in economisch ontwikkelde samenlevingen, zijn het gevolg van hun toenemende onkunde om met elkaar te communiceren. Het lukt gezinnen zelden om tijd voor elkaar vrij te maken, en de zeldzame momenten dat ze het wel doen, worden vaak besteed aan het kijken naar de tv. Teruggaan naar het bidden van de rozenkrans in gezinsverband betekent dat het dagelijks leven gevuld wordt met andere beelden, beelden van het geheim van de Verlossing: het beeld van de Verlosser, het beeld van Zijn meest gezegende Moeder. Het gezin dat de rozenkrans gemeenschappelijk bidt, brengt iets van de sfeer van het huisgezin van Nazaret opnieuw tot leven. De leden plaatsen Jezus in het centrum, zij delen in Zijn vreugde en smart, zij plaatsen hun noden en hun plannen in Zijn handen en zij putten uit Hem de hoop en de kracht om door te gaan.

 … en de kinderen

 42.       Het is ook prachtig en vruchtbaar om de groei en de ontwikkeling van de kinderen aan dit gebed toe te vertrouwen. Volgt het rozenkransgebed immers niet het leven van Christus, vanaf Zijn conceptie tot Zijn dood, en dan naar Zijn Verrijzenis en Zijn verheffing? Ouders vinden het steeds moeilijker om het leven van hun kinderen te volgen als die volwassen worden. In een samenleving van geavanceerde technologie, massacommunicatie en globalisatie is alles gehaast geworden, en de culturele kloof tussen generaties groeit zelfs nog meer. Kinderen en jongeren ontvangen de meest diverse boodschappen en de meest onverwachte ervaringen komen in hoge snelheid in het leven van kinderen en jongeren, en ouders kunnen behoorlijk angstig worden over de gevaren waarmee hun kinderen geconfronteerd worden. Soms kunnen ouders acuut teleurgesteld raken als hun kinderen het niet lukt om weerstand te bieden aan de verleidingen van de drugscultuur, de verlokkingen van ongebreideld hedonisme, de verleiding van geweld en andere uitingen van een wanhopig en betekenisloos leven.

De rozenkrans bidden voor kinderen, en beter nog, met kinderen, hen vanaf hun jongste jaren te oefenen om deze dagelijkse ‘gebedspauze’ met het gezin te ervaren, is zeker niet de oplossing voor elk probleem, maar het biedt geestelijke steun die niet moet worden onderschat. Men zou kunnen tegenwerpen dat het rozenkransgebed nauwelijks in overeenstemming is met de smaak van kinderen en jongeren van tegenwoordig. Maar misschien heeft men hierbij alleen maar de verarmde manier van het bidden van de rozenkrans voor ogen. Afgezien van de vooroordelen jegens de basisstructuur van het rozenkransgebed is er niets dat kinderen en jongeren afhoudt van het gebed, binnen gezins- of groepsverband, met toepasselijke symbolische en praktische hulpmiddelen om het gebed te begrijpen en te waarderen. En waarom zouden we het niet proberen? Met Gods hulp kan een pastorale aanpak die positief, hartstochtelijk en creatief op de jeugd gericht is geschikt zijn om opmerkelijke resultaten te bereiken – zoals ook de Wereldjongerendagen hebben laten zien! Als het rozenkransgebed goed wordt voorgesteld ben ik er zeker van dat jongeren opnieuw volwassenen laten opkijken door de manier waarop zij zich het gebed eigen maken en het reciteren met een enthousiasme dat hoort bij hun leeftijd.

 De rozenkrans, een schat om te worden herontdekt

 43.       Lieve broeders en zusters! Een gebed dat zo eenvoudig maar ook zo rijk is, verdient het om door de christelijke gemeenschap herontdekt te worden. Laten we het gebed dan ook weer ontdekken, vooral dit jaar, als een mogelijkheid om de richting zoals uiteengezet in mijn apostolische Brief Novo millennio ineunte, waaruit veel particuliere Kerken inspiratie hebben geput voor de onmiddellijke toekomst, te bevestigen.

Ik richt me in het bijzonder tot u, mijn dierbare broeders in het bisschopsambt, priesters en diakens, en tot u, pastoraal werkers in verschillende ambten: moge u met veel overtuiging het rozenkransgebed stimuleren door middel van uw eigen persoonlijke ervaring van de schoonheid van het gebed.

            Ik vertrouw ook op u, theologen: moge u het christelijke volk helpen de bijbelse fundamenten van dit traditionele gebed te ontdekken door uw wijze en grondige reflectie, geworteld in het woord van God en gevoelig voor de geleefde ervaring van het christelijke volk.

            Ik reken op jullie, toegewijde mannen en vrouwen die op een bijzondere manier geroepen zijn om het gelaat van Christus op de school van Maria te overwegen.

            Ik kijk naar jullie allemaal, broeders en zusters in welke levensstaat dan ook, naar jullie, christelijke families, naar jullie, zieken en ouderen, en naar jullie, jongeren: pak vol vertrouwen de rozenkrans weer op. Herontdek het rozenkransgebed in het licht van de heilige Schrift, in overeenstemming met de liturgie en in de context van het leven van alledag.

            Moge mijn oproep niet voor niets zijn! Aan het begin van het vijfentwintigste jaar van mijn pontificaat, vertrouw ik deze apostolische Brief toe aan de liefdevolle handen van de Maagd Maria, mij, in de geest, ter aarde nederwerpend voor haar beeld in het schitterende heiligdom dat voor haar door de zalige Bartolo Longo werd gebouwd, de apostel van de rozenkrans. Ik wil graag de ontroerende woorden waarmee hij zijn welbekende Smeekbede aan de Koningin van de Heilige Rozenkrans besloot eigen maken:

“O, gezegende Rozenkrans van Maria,
zoete ketting die ons met God verenigt,
liefdesband die ons met de engelen verbindt,
reddingstoren tegen de aanslagen van de hel,
veilige haven in onze universele schipbreuk,
we zullen u nooit verlaten.
U zult onze troost zijn in het uur van onze dood:
aan u de laatste kus als het leven wegebt.
Het laatste woord dat over onze lippen komt
zal uw zoete naam zijn,
O Koningin van de Rozenkrans van Pompeï,
O liefste moeder,
O toevlucht der zondaars,
O verheven troosteres van de bedroefden.
Moge u overal gezegend zijn,
nu en altijd, op aarde en in de hemel.”

 Vanuit het Vaticaan, op 16 oktober van het jaar 2002, aan het begin van het vijfentwintigste jaar van mijn pontificaat.

 Johannes Paulus II

  Uitgave: Katholiek Nieuwsblad

____________________________________________________________________________

 Voetnoten

 1.                     Tweede Vaticaans Concilie, pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd Gaudium et spes, 45.

 2.                     Paulus VI, apostolische Exhortatie Marialis cultus (2 februari 1974), 42.

 3.                     Vgl. Leo XIII, Encycliek over de rozenkrans Supremi Apostolatus Officio, in: Acta Leonis XIII, 3 (1884), 280-289.

 4.                     In het bijzonder waard om te noemen is: Johannes XXIII, apostolische Brief over de rozenkrans Het rozenkransgebed voor een rechtvaardige vrede onder de volkeren’ (Il religioso convegno) (29 september 1961).

 5.                     Johannes Paulus II, Angelus, in: Insegnamenti di Giovanni Paolo II, I (1978), 75-76.

 6.                     Johannes Paulus II, apostolische Brief Novo millennio inuente (6 ja-nuari 2001), III.

 7.                     Johannes XXIII moedigde tijdens de voorbereiding tot het Concilie de christelijke gemeenschap aan de rozenkrans te reciteren voor het welslagen van deze kerkelijke gebeurtenis. Vgl. Brief aan de kardinaal-vicaris (28 september 1960), in: aas 52 (1960), 814-817.

 8.                     Tweede Vaticaans Concilie, dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen gen-tium, 66.

 9.                     Novo millennio inuente, 32.

 10.                   A.w., 33.

 11.                   Het is welbekend en het dient aanbeveling op te merken dat privé openbaringen niet hetzelfde zijn als publieke openbaringen, die gelden voor de gehele Kerk. Het is de taak van het leerambt om de authenticiteit en de aard van privé openbaringen voor de vroomheid van de gelovigen waar te nemen en te erkennen.

 12.                   H. Louis Marie Grignion de Montfort, Il segreto meraviglioso del Santo Rosario per convertirsi e salvarsi, in: Opere, 1, Scritti spirituali (Rome 1990), 729-843.

 13.                   Z. Bartolo Longo, Storia del Santuario di Pompei (Pompei 1990), 59.

 14.                   Marialis cultus, 47.

 15.                   Tweede Vaticaans Concilie, Constitutie over de heilige liturgie Sacrosanctum Concilium, 10.

 16.                   A.w., 12.

 17.                   Lumen gentium, 58.

 18.                   Z. Bartolo Longo, I Quindici Sabati del Santissimo Rosario (27ste editie, Pompeï 1916), 27.

 19.                   Lumen gentium, 53.

 20.                   A.w., 60.

 21.                   Vgl. Johannes Paulus II, eerste radioboodschap Urbi et orbi (In het teken van de trouw aan het licht van het concilie) (17 oktober 1978).

 22.       H. Louis Marie Grignion de Montfort, verhandeling over ware toewijding aan Maria, 120, in: Opere, 1, Scritti spirituali (Rome 1990), 430.

 23.                   Katechismus van de Katholieke Kerk, 2679.

 24.                   A.w., 2675.

 25.                   De smeekbede aan de Koningin van de Heilige Rozenkrans werd geschreven door de zalige Bartolo Longo in 1883 in antwoord op de eerste Encycliek van paus Leo III over de rozenkrans waarin hij de katholieken oproept om spiritueel betrokken te zijn om het kwaad in de samenleving te bestrijden. De smeekbede wordt normaal gesproken twee keer per jaar gereciteerd, in mei en oktober.

 26.                   Dante Alighieri, De Goddelijke Komedie, Paradijs, XXXIII, 13-15.

 27.                   Novo millennio inuente, 20.

 28.                   Marialis cultus, 46.

 29.                   Novo millennio inuente, 28.

 30.                   Katechismus van de Katholieke Kerk, 515.

 31.                   Johannes Paulus II, Angelus (29 oktober 1978), in: Insegnamenti, I (1978), 76.

32.                   Gaudium et spes, 22.

33.                   H. Irenaeus van Lyon, Adversus Haereses, III, 18, 1, in: pg 7, 932.

 34.                   Katechismus van de Katholieke Kerk, 2616.

 35.                   Novo millennio inuente, 33.

 36.                   Johannes Paulus II, Brief aan de kunstenaars (4 april 1999), 1.

 37.                   Marialis cultus, 46. Dit gebruik werd recent geprezen door de Congregatie voor de goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten in haar Direttorio su pietà popolare e liturgia. Principi e orientamenti (17 december 2001), 201 (Vaticaanstad 2002), 165.

 38.                   … concede, quaesumus, ut haec mysteria sacratissimo beatae Mariae Virginis Rosario recolentes, et imitemur quod continent, et quod promittunt assequamur”, in: Missale Romanum (1960), In festo B.M. Virginis a Rosario.

 39.                   Novo millennio ineunte, 34.